De Gezichten achter de graven.

 Behalve een steen met naam weten een hoop mensen niks meer dan dat.Ik probeer zoveel mogelijk graven een gezicht te geven zodat zij niet vergeten worden.

Op deze pagina vind u regelmatig nieuwe verhalen over gesneuvelde soldaten, verzetsstrijders en omgekomen burgers.


Robert Charles Anderson

 tijdens mijn trips maak ik een hoop foto's en deze werden gedeeld in Amerika, hierdoor kwam ik in contact met de familie van : Robert Charles Anderson.

Eerst een tante en later met zijn kleinzoon.
( ze wonen overigens in Canada )
Ze waren verrast dat ik een foto had gemaakt van het graf van een familielid zover hier vandaan.
Naar wat berichten over en weer begonnen de verhalen en kreeg ik diverse foto's en documenten toegestuurd.
Als je op deze manier met de mensen in gesprek komt merk je hoe dankbaar zij zijn dat wij nog steeds zo bezig zijn met de gevallen helden van toen. En dat wij voor hun zorgen dat de graven er altijd nog zo netjes bij liggen.

hieronder het verhaal van Robert Charles Anderson :

Robert Charles Anderson was de zoon van Edith Anderson en Clarence Wallace, voorheen uit Brantford, Ontario, die in 1904 vertrok naar woning NE14-25-18-W2 in het Crosswoods-district van Southey, Saskatchewan. * 1
Bob werkte in het Crosswoods District en trouwde op 17 oktober 1939 met Helen Louise Jasper.
Op 27 oktober 1939 meldde hij zich aan bij het South Saskatchewan Regiment (L / 12464) in Weyburn, Saskatchewan. Tijdens zijn deelname aan de Dieppe-aanval op 18 augustus 1942 raakte Bob gewond. Hij slaagde erin terug te keren naar Engeland. * 1
Nadat hij hersteld was, werd Bob overgeplaatst naar het Canadian First Special Services Battalion RCIC (B / 128516), waar hij deel ging uitmaken van de "Devil's Brigade".

De "Devil's Brigade" was een gezamenlijke Canadees-Amerikaanse strijdmacht, (First Special Services Force-FSSF), hoog opgeleid en ongrijpbaar. Na een zware training waren ze in november 1943 in Casablanca en trokken naar Napels terwijl ze tegen Duitse stellingen vochten tot 4 juni 1944. Ze kwamen Rome binnen om de bruggen te beschermen. Tegen de tijd dat Amerikaanse troepen Rome binnenkwamen, waren ze naar het noorden vertrokken. Ze landden op 14 augustus 1944 op eilanden voor de zuidkust van Frankrijk en bereidden zich voor op de aanval op het vasteland. Ze werden op 7 september bij de First Airborne Task Force gevoegd en verhuisden naar de grens van Frankrijk en Italië.

Gezichten die zwart waren van schoenpoets voor nachtoperaties werden ze de zwarte duivels genoemd. Ze hadden zo'n reputatie als ongenadig, verraderlijk en slim dat de Duitsers dachten dat ze voor een divisie van mensen stonden. Ze waren verrast toen ze hoorden hoe klein de eenheid was.
Soms werkten ze onopgemerkt achter vijandelijke linies. In hun burgerleven hadden sommige mannen in de bush gewerkt, anderen waren aboriginals met tracking en andere vaardigheden die konden worden gebruikt bij verkenningsmissies.
Elke Duitse soldaat of soldaten die ongrijpbare leden van de "Duivelsbrigade" konden vangen, werd een tiendaagse verlof beloofd.

Hoewel de verliezen van hun eenheden groot waren, kwamen ze heroïsch binnen in vijandelijke bolwerken, veroverden velen en veroorzaakten grotere verliezen voor de andere kant.
De eenheid werd op 5 december 1944 ontbonden toen de mannen terugkeerden naar hun reguliere troepen. De Canadezen werden vervangers van het First Canadian Parachute Battalion.

De laatste daad van de eenheid was de Canadezen te ontslaan terwijl de Amerikaanse troepen hen eerden met een marsverleden, ogen naar rechts en een saluut voor de officieren als eerbetoon aan hun waardige inzet.
Bob is op 13 september 1944 omgekomen en begraven op de Mazargues War Cemetery in Marseille, Frankrijk.

Hij liet een vrouw en een jonge dochter achter.
Ter ere van hem noemde de provincie Saskatchewan een Anderson-schiereiland aan de oostelijke oever van het Tazin-meer (74N15) 59 graden 49 '108 graden 49' voor soldaat Anderson. * 1

  • 2685704_2
  • 2685704_1
  • 2685704_3
  • 2685704_4
  • 2685704_6
  • IMG_0739
  • IMG_0740
  • IMG_0741
  • 2685704_8
  • 2685704_9
  • 2685704_7
  • 2685704_10




Welly Arsenault

 één van de drie soldaten die het leven liet bij de bevrijding van Zwolle.

Begin april 1945 naderde het Régiment de la Chaudière de stad Zwolle. De commandant had hierbij twee soldaten nodig voor een verkenningsmissie om de Duitse aanwezigheid in kaart te brengen, voordat de stad met artillerie beschoten zou worden. Major en zijn beste vriend Welly Arsenault meldden zich aan voor de missie.

Over de Heinoseweg gingen ze te voet richting Zwolle.
Rond middernacht werd Arsenault gedood door Duits vuur bij de spoorwegovergang bij Zalne, Major verteld later dat Welly wou oversteken en het geluid van zijn granaten bungelend aan zijn uniform zijn locatie verhulden en hij door een machine geweer onder vuur werd genomen.
Arsenault werd 25 jaar.

Arsenault ontvingde Nederlandse Bronzen Leeuw, die op 14 april 1970 door koningin Juliana aan zijn familie werd uitgereikt. Het citaat luidt:
“De uiterste moed, persoonlijke moed en hoge plichtsbetrachting getoond door korporaal Arseneault waren een inspiratie voor iedereen, en speelden een belangrijke rol bij de verovering van Zwolle op de ochtend van 15 april 1945, zonder burgerslachtoffer. "


  • 116162774_695155437705639_2284319920344877722_n
  • 115928079_695155311038985_1289078055953226528_o
  • 116046853_695155401038976_8101534108847354306_n



Gustaw Mieczysław Szeliga 

Gustaw Mieczysław Szeliga werd geboren op 28-07-1912 in Goleszów te Polen. Deze boerenzoon doorliep een aantal klassen op het gymnasium, waarna hij in de burgerluchtvaart terecht kwam.

Op 1 september 1939 viel Nazi-Duitsland Polen binnen. Na de overrompeling van het Poolse leger kon Gustaw ontkomen naar Engeland. Daar sloot hij zich aan bij het 300ste Poolse squadron dat vloog bij de RAF.

Gustaw was sergeant en kwam op een Lancaster Mk.I - LL807-BH-K, werkzaam als boordwerktuigkundige. In de nacht van 12 op13 juni 1944 vertrok Gustaw Szeliga met zijn vliegtuig vanaf vliegveld Faldingworth in Engeland samen met zeven andere bommenwerpers van het 300ste Poolse squadron (Polish Air Force) voor een missie boven Duitsland. Het doel was het bombarderen van de oliefabriek Nordstein in de Duitse stad Gelsenkirchen. Na het vervullen van hun missie lukte het de Duitsers om met hun afweergeschut het vliegtuig op de terugweg naar Engeland neer te halen. De Lancaster bommenwerper met aan boord de 31-jarige Gustaw Szeliga stortte neer in het IJsselmeer, waarbij de voltallige bemanning (zeven) de dood vond. Vijf bemanningsleden liggen begraven in Amersfoort en een wordt nog vermist. Op 22 juni 1944 werd het lichaam van Gustaw door vissers in Elburg aan wal gebracht en een dag later hier begraven. 

De familie Szeliga kwam uit het dorpje Godziszów uit de gemeente Goleszów. Voor WO II bestond het gezin uit vader Ludwik, moeder Alojzja (geboren Tkacz), vier zonen: Emanuel, Gustaw (1912-1944), Robert (1916-1992), Rudolf (1919-1940) en één dochter Bronisława (1920-2008).

Ze verhuizen naar Godziszów na 1920 vanuit Zaolzie (een gebied dichtbij de Poolse grens dat Polen verloor aan Tsjecho-Slowakije na het besluit van de Raad van ambassadeurs na WW I). De familie Szeliga waren grote Poolse patriotten en ze wilden niet in Tsjecho-Slowakije wonen.

Toen in 1939 de WW II uitbrak, werden Gustaw en Rudolf gemobiliseerd in het Poolse leger. Emanuel was politieagent en Robert bleef thuis.

Eén van de broers Gustaw Szeliga, werd geboren op 28.07.1912 in Szymbark (tegenwoordig  Tsjechische Republiek, maar in die tijd was het Polen). Voor de Tweede Wereldoorlog ging Gustaw in verplichte militaire dienst. In 1934/35 diende hij in het Luchtregiment II in Krakau en gedurende deze tijd studeerde hij af aan de Poolse Luchtmacht Universiteit van Dęblin als werktuigkundige. Na de verplichte basisdienst keerde hij terug naar huis. Tijdens de mobilisatie in 1939 werd hij naar de Poolse luchtmacht gestuurd. Hij vocht in september 1939 tegen de Duitsers en na de overrompeling van het Poolse leger vluchtte hij net als vele andere Poolse piloten via Roemenië, Hongarije, Frankrijk naar Engeland. Hij sloot zich aan bij de Poolse luchtstrijdkrachten en werd ingedeeld bij het 300 ste Poolse Squadron dat vloog bij de R.A.F. In 1944 volgde hij een curcus voor vliegend personeel en begon hij te vliegen als boordwerktuigkundige.

Een andere broer, Rudolf Szeliga studeerde vóór de oorlog af aan de infanterie reserve officieren School in Cieszyn als reserve luitenant en tijdens de Tweede Wereldoorlog in september 1939 vocht hij tegen Duitsland en Rusland, daarna keerde hij terug naar huis, waar hij werd opgericht resistente organisatie. Op 10.05.1940 werd hij gevangen genomen en vermoord door Duitsers als lid van een Verzetsbeweging. Rudolf werd begraven in Goleszów. (je hebt een foto van het monument met zijn naam erop).

Één van die-Robert Szeliga ook werd gevangen door Duitsers in deze zelfde tijd en verzendt naar Sosnowiec aan het hoofdkwartier van Gestapo waar werd onderzocht en werd gemarteld. Daarna werd verzonden en bewaard in het Duits KL (Concentratie Pils) DACHAU – na dat in 1942 dankzij resistente beweging ontsnapte hij (via Italië – Sicilia) naar het Poolse leger op het westen en diende in de Poolse Pantserdivisie gen. Meyer – voornamelijk bevrijdend van Nederland en België uit de Duitse bezetting. Hij keerde terug naar huis in 1947. Gestorven 06.05.1992. Is begraven in Kiseljev Sluiten Godziszow.

Een andere broer, Emanuel Szeliga was vóór WWII een Poolse politieagent en werd gedwongen om in 1939 te ontsnappen toen het Duits en Rusland Polen aanvielen. Overleefde WO II, maar is nooit teruggekeerd en heeft zijn eigen leven geleden.

(met dank aan Frank Hop )


  • april 2019
  • Szeliga
  • Gustaw Szeliga (28-07-1912 - 13-06-1944)
  • Gustaw Mieczysław Szeliga
  • Rozanskicrew_1
  • Crew Rozanski
  • Ludwik Szeliga
  • Rudolf Szeliga (07-01-1919 - 10-05-1940)
  • Emanuel Szeliga
  • Bronisława Szeliga (14-09-1920 - 2008)
  • Alojzja Szeliga-Tkacz




Alojzy ZIELIŃSKI 


Geboren op 2 september 1908, vandaag op zijn geboortedag een kaarsje gebrand bij zijn graf.
Hieronder een verhaal over de Poolse brigade waar ZIELIŃSKI onderdeel van was.
Na de laatste gevechten op 8 november 1944 trokken de Duitsers zich terug over de Maas naar het noorden van Nederland. De 1e Poolse Pantserdivisie kreeg de taak om de frontlinie te bewaken, bestaande uit de rivier die achtereenvolgens Hollands Diep, Amer en Maas heet.

De commandant van de 1e Poolse Pantserdivisie, generaal Stanisław Maczek, verklaarde in zijn memoires dat hij hoopte de komende maanden wat rust te krijgen om de versterkingen te trainen en opnieuw uitgerust te worden, maar integendeel, de divisie had een zeer zorgwekkende periode tot april 1945.
Duitse patrouilles infiltreerden dagelijks en het was echt onmogelijk om de frontlinie te bekijken, omdat het in het begin erg nat was en later hard begon te vriezen. Het was onmogelijk om tanks te gebruiken en tijdens deze winter kreeg iedereen in de divisie de opdracht om infanterietaken uit te voeren.

In de zuidelijke dijken werden bunkers gebouwd, maar door het zwaar koude weer en ook door de aanvallen van Duitse patrouilles leed de divisie verliezen. Een ander soort gevaar was de lange afstand van Duitse artillerie en het toenemend aantal vliegende bommen (V1), die dag en nacht overvlogen.
Op een dag slaagden de Duitsers erin terug te komen en vestigden ze een saillant op een schiereiland, genaamd "Overdiepse Polder". In die polder lag de aanlegsteiger van een veerboot, genaamd "Capelse Veer". De Duitsers gebruikten die veerboot om mannen en later zelfs gemotoriseerde kanonnen naar de saillant te vervoeren.

De 1e Poolse Pantserdivisie probeerde het Capelse Veer te heroveren. Deze pogingen, op 31 december 1944 en op 7 januari 1945, mislukten echter en het resultaat was een groot aantal toevalligheden. Op het einde konden de Canadese troepen op 29 januari 1945 het schiereiland ontruimen.
In januari 1945 hadden de Duitsers de brutaliteit om de rivier over te steken met voldoende explosieven om een ​​watertoren op te blazen bij het dorp Sint Philipsland, die in gebruik was als op de geallieerde observatiepost. De poging werd verslagen, maar prins Poniatowski Marie Andrzej, zijn tankchauffeur Powałka Bronisław en dragonder Podedworny Bolesław kwamen om in actie.

De slachtoffers van deze lange winter zijn begraven op verschillende begraafplaatsen in Nederland en België.
Bron: http://www.polishwargraves.nl

  • 118765622_721515958402920_1371299116080612740_n
  • 118766471_721515905069592_59662258907728484_n
  • 118769588_721515921736257_4002324973489689897_n



Hendrikus Dirk Jan Beernink

 

 Hendrikus Dirk Jan Beernink (De Groene)

Geboren 03-02-1910 te Lichtenvoorde

Overleden 08-02-1945 te Zwolle – 35 jaar

Henk nam een vooraanstaande plaats in binnen de Zwolse illegaliteit. Hij was de initiatiefnemer en leider van de Overijsselse verzetsgroep ‘De Groene’. Omschreven als een ‘man van de daad’ gaf hij vanaf juni 1942 leiding aan deze verzetsgroep, die bestond uit een kern van ongeveer 20 leden. Daarnaast waren er veel mensen bij betrokken die onderduikers hielpen of koerierswerk verrichten. Ook zijn vrouw Riek was heel actief in het verzet. De groep heeft honderden mensen geholpen.

Henk is doodgeschoten bij een inval van de Duitsers in het Katholieke Ziekenhuis te Zwolle op 8 februari 1945. Ze waren hier bij elkaar gekomen voor een vergadering van de Ordedienst Bij deze inval was ook de beruchte S.D.-agent Piet Richard Cieraad aanwezig.

Aangezien het door de Duitsers onmogelijk werd gemaakt hem met ere te begraven, gebeurde dit alsnog op 6 juni 1945. Hierbij waren, naast de leden van de N.B.S. en een groot aantal spoorwegmannen, tal van vooraanstaande en gezaghebbende personen aanwezig,

Oorlogsmonument te Zwolle.

Na de oorlog kreeg hij bij Koninklijk Besluit van 25 juli 1952 het Verzetskruis toegekend. Ook ontving hij het Verzetsherdenkingskruis. Hij werd door de Verenigde Staten onderscheiden met de Medal of Freedom with Bronze Palm, zoals besloten via de General Orders van 16 januari 1947 en uitgereikt aan zijn familie te Amsterdam op 21 november 1946. Ook hebben Henk en zijn vrouw postuum de Yad Vashem-onderscheiding gekregen voor het herbergen van Joodse onderduikers. Deze is in ontvangst genomen door hun dochter in 2000. De Herculostraat werd later herbenoemd in de Beerninkstraat.

 

  • beernink-hdj
  • beernink